Vanochtend heel vroeg zijn we met de hele groep en drie begeleiders in drie busjes gestapt, gewapend met een backpack, daypack en bovenal: DEET.

Na een uurtje rijden over wegen die volgens de Belgen onder ons aanvoelden als thuis, met snelheden waar Max Verstappen u tegen zou zeggen, kwamen we aan bij het begin van de wandeling.

Iedereen was verbaasd over de schoonheid van het oerwoud. Overal waren gigantische groene bladeren en het was echt heel erg mooi. Nadat al het eten onderling was verdeeld, konden we vol goede moed aan de wandeling beginnen. Na 1,5 uur te hebben gelopen, kwamen we bij de eerste pauzeplek aan. Onderweg kwamen we erachter dat de groene stenen spekglad waren. Ik ben in totaal tien keer gevallen…

We hadden super lekkere grapefruits als snack.

Na nog een paar uur te hebben gelopen, veranderde het landschap langzaam naar iets vulkanischer. Het begon naar rotte eieren te ruiken en de aarde werd geel. Ergens aan het einde van de tocht was er een rivier met kokend water en we kregen daar eitjes die in dat water konden worden gekookt. Ergens rond 1 uur kwamen we dan eindelijk aan bij de Boiling Lake. Daar hebben we lekker geluncht met het eten van de gidsen. We hebben wat van ons brood aan hen gegeven en ze vonden het heel grappig.

Op de terugweg mochten we iets verder van de bron van het kokende water zwemmen en dat water was lekker warm. Voor het eerst in ruim twee maanden dat ik weer in bad kon. Het werd wel snel donker, dus zagen we niet zoveel meer. Na de wandeling wilden sommigen in het (koude) bassin zwemmen. Toen uiteindelijk iedereen was aangekomen, gingen we weer in die busjes gepropt op naar de volgende excursie.

Roos