Vannacht was de laatste nachtwacht van drie uur en het was me toch een wacht.

Ik was wachtleider. Mijn taken waren – omdat we aan het motorzeilen waren – vrij simpel. Ik moest ervoor zorgen dat er altijd twee mensen op de uitkijk stonden: één aan bakboord en één aan stuurboord. Ook hadden we een roerganger nodig, en beschikbare handjes voor de klusjes van onze wacht. Daarnaast moest ook het logboek elk uur ingevuld worden. Maar dit zijn niet de zaken die de wacht bijzonder maakten. Ik bedoel, dit is hetzelfde tijdens elke wacht.

Wat deze wacht zo bijzonder maakte waren de dolfijnen. Iemand die op de uitkijk stond, concentreerde zich ineens erg op de golven, en vroeg: „Is dat nou een dolfijn?“. Ik kon het zelf eerst niet heel goed zien maar opeens zag ik een vin boven de golven uitsteken. Ik heb gelijk geroepen dat er dolfijnen waren aan bakboord en iedereen kwam gelijk kijken. Als gevolg stond ineens niemand meer op de uitkijk aan stuurboord. Dus de rest van de wacht heb ik de mensen zo geroteerd dat er altijd iemand aan stuurboord op wacht stond.

Jette