In Viñales hebben we vandaag fietsen gehuurd om naar een grot te fietsen en daarna nog te gaan zwemmen. De man zegt ons dat we even moet wachten. Even vijf minuten. Maar in Cuba zijn vijf minuten al gauw een half uur. Dus een half uur later komen er zeven kinderen aangefietst. Wat blijkt dus, dat wij op hun fietsen gaan. Dus ik zit uiteindelijk op een fiets met het zadel hoger dan het stuur. Dat terzijde, want ik heb het enorm naar mijn zin gehad op die rotfiets. Het was sowieso al even wennen om na vier maanden weer op een fiets te zitten, maar gek genoeg, verleer je zoiets nooit. Of bijna nooit.

Net als we het dorpje uit zijn gefietst komen we in een prachtige vallei, alsof ik beland ben in de film Moana. We racen de heuvels af, voor ons gevoel met wel 50 km per uur. Enorm veel adrenaline gaat er door me heen en we roepen van plezier.

Dat is geluk, geloof ik.

Elsa