Het paradijs is te vinden bij de Rastafari van Dominica.

Eigenlijk hebben wij niks meer toe te voegen aan de blogjes van Nikki, Bibi en Fleur van School at Sea jaar 2014/2015 en dat van Moor uit 2015/2016:

In de ochtend werden we opgehaald door Seacat net zoals bij de Boiling Lakes de dag ervoor. Eerst kregen we een hele tour door Rouseau, de hoofdstad. We stopten op verschillende punten om het lokale voedsel te proeven, onder andere grapefruit, passievrucht, brood, gebakken bananen, avocado en nog veel meer. De leraren mochten ook moonshine proeven in een afgelegen bar.

 

Eenmaal aangekomen bij de Rastafaris werden we in groepjes verdeeld en moesten we de bewoners helpen met het plukken van sinaasappels en het kappen van suikerriet. Hiervan zouden we later sap maken voor bij de lunch. Tijdens dat de bewoners het middageten gingen koken zijn wij met Seacat en de 2 andere chauffeurs naar de Victoria Falls gelopen. Toen we terug waren van de waterval stond er een lunch klaar die bestond uit rijst met saus en yam, dat is een soort zoete aardappel. Dit werd geserveerd in kommen van kalebas. Ook kregen we de sap van suikerriet met geperste sinaasappels. Het was heel lekker!

 

Daarna gaf Moses, het stamhoofd, een speech over de geschiedenis van de Rastafaris en hun levensstijl. Hij vertelde onder andere over de vlag van Ethiopië en dat zij daaruit de kleuren rood, geel en groen hebben overgenomen. Rood staat voor het bloed van de mens, geel voor de zon en groen voor het land. Hij had zelf ook een muts op en een tasje om met deze kleuren. Ook vertelde hij over dreadlocks, en de geschiedenis ervan. In 1974 werden dreadlocks verboden, alle mensen die hun haar niet wilden doorkammen of afscheren werden neergeschoten of in de gevangenis gezet. In 1976 kwam de eerste vrouwelijke leidster aan de macht en zij zorgde ervoor dat dreadlocks weer toegestaan werden. Sindsdien komen dreadlocks veel voor en worden ze bij kleine kindjes al aangebracht. Het is een teken van de rasta’s.

 

Na zijn speech kregen we de tijd om de Rastafaris te interviewen. We hadden op de boot groepjes gevormd van 6 à 7 personen en in dat groepje een interview voorbereid. Ook hebben we nog gepraat en gespeeld met de kindjes die daar wonen. Op de terugweg zijn we ook nog een paar keer gestopt onder andere voor olie. Al met al was het een hele leuke, gezellige en leerzame dag.

 

De dag dat we naar de Rastafaris gingen zijn we ook met onze gidsen naar de Victoria Falls geweest. Iedereen had zwemkleding en sandalen aan, omdat we voor een groot deel door het water moesten. In het begin liepen we door het regenwoud, maar al snel kwamen we in een moeilijker stukje. We moesten over rotsen klimmen en door het water banjeren. Dat is de rest van onze tocht zo gebleven. Op het einde waren er twee plekken waar het nog moeilijker werd, er waren hoge rotsen met wat kleine rotsjes ernaast en daar hielpen de gidsen ons ook omhoog.

 

Het water was best wel koud en je moest goed uitkijken dat je niet uitgleed. Op sommige plekken was de stroming ook heel erg sterk. Toen we eenmaal de waterval in zicht hadden viel onze mond open van verbazing! De waterval was supermooi. Eerst moesten we nog een glad stukje voorbij en daarna kwamen we in het gedeelte waar we mochten zwemmen. Er was best een harde stroming van de waterval en er waren veel druppels die van de waterval kwamen en in ons gezicht waaide.

 

Linthe had haar waterdichte camera en daarmee hebben we hele leuke groepsfoto’s gemaakt. Toen we teruggingen zijn we als een van de laatsten vertrokken, maar we zijn achter de gidsen aan gelopen. Zij liepen door het regenwoud en daardoor hebben we een heel stuk afgesneden. We kwamen uiteindelijk als een van de eersten aan.

 

Nikki, Bibi en Fleur

Op het Caribische eiland Dominica zijn we drie dagen bij Rastafari’s geweest. Ze luisteren reggae en roken wiet, maar ook zijn ze heel veel bezig met voedsel. Volgens hun geloof leven ze zo dicht mogelijk bij de natuur. Ze leven in open huizen met grote tuinen eromheen waar ze het grootste deel van hun voedsel zelf verbouwen. In de dagen dat we er waren hebben we dus heerlijk vers en bijzonder gegeten. Vooral het ontbijt was echt perfect. Nadat je was opgestaan tussen al het groen van het regenwoud kon je een uitgeholde kalebas (dat gebruiken ze als bord) vullen met bakes en zoveel vers fruit uit de tuin als je wilde. Bakes zijn een soort gefrituurde broodjes die veel gegeten worden in de Cariben en ik heb de eerste dagen geholpen met het maken. De kokkin deed eigenlijk alles op gevoel, maar hierbij ongeveer het recept:

 

Het deeg maak je de avond van tevoren. Voor 10 personen mix je 500 g meel, 1 theelepel zout, 1 theelepel suiker en 1 theelepel bakpoeder. Hier kan je voor de smaak ingrediënten toevoegen naar keuze. Wij hadden ze met pompoen gemaakt, maar het kan ook met bijvoorbeeld banaan. Hierna voeg je water toe terwijl je blijft kneden totdat het deeg kleverig genoeg is om er bolletjes van te kunnen maken. Na een nacht rijzen doe je bloem op je handen en maak je bolletjes ter grootte van golfballen die je daarna zo plat mogelijk maakt. Dit frituur je tot ze mooi goudbruin zijn en dan heb je heerlijke bakes! Wij aten ze met zelfgemaakte sterrenvruchtenjam, maar eigenlijk kan je er elk beleg op doen wat je lekker vindt.

 

Het was heerlijk om eens wat anders te eten dan het eten aan boord, dat na twee maanden toch wel een beetje eentonig wordt.

 

MOOR