Vandaag zouden we vertrekken naar San Blas. Daar zouden we een paar dagen gaan survivallen, zonder contact met de buitenwereld. Maar voordat dit kon gebeuren, moesten we eerst het vuilnis wegbrengen, want op een schip met vijftig mensen gaat er nogal wat doorheen. Eerst moesten we alle prullenbakken legen, ook die uit de hutten. Aangezien iedereen altijd wel eten inkoopt (zeker op Curaçao, want daar kon je drop en ander Nederlands eten krijgen) hadden een mede-SaS’er en ik één volle vuilniszak weten op te halen. Toen we alles opgehaald hadden, stonden er drie volle zakken, klaar om weggebracht te worden naar de kant. We moesten wel nog even wachten voordat we het weggebracht hadden, want eerst was er nog een afscheid. Onze stuurman, die vanaf Tenerife was meegevaren, en Monique, gingen namelijk naar huis. Dat vond iedereen erg jammer, want we hadden allemaal een goede band opgebouwd, vooral met de stuurman. Daarna mochten een mede-SaS’er en ik dan eindelijk onze eerste voet in Panama zetten. Wij waren, samen met een andere SaS’er, de enigen die, voordat we naar San Blas gingen, echt in Panama waren geweest.

Panama leek eerst nogal een teleurstelling, want er lag veel afval, maar als je dan om je heen keek en lette op de mooie dingen, bleek het een geweldig land. Er was veel afwisseling in huizen: sommige waren modern en andere wat minder, maar dat gaf wel een leuk sfeertje. Wel waren alle huizen mooi versierd met muurtekeningen. Ik kreeg een goede eerste indruk van Panama. Wel gek eigenlijk, dat je zo blij kan zijn met afval verzamelen en wegbrengen.

Kris