Het was weer eens tijd om de zee op te gaan. De wacht had tot na de lunch om het schip vaarklaar te maken en ik had keukendienst. We hadden het niet heel zwaar, want de restjes van de afgelopen dagen moesten worden opgemaakt, maar er was wel genoeg afwas te doen.
Toen het anker werd opgehaald en de motor aan ging, duurde het niet heel lang voordat de helft van de mensen lag te slapen op het achterdek. De zee was niet heel rustig en na een tijdje hingen de eersten al over de reling.

Na het avondeten was er nog een hele berg met afwas die gedaan moest worden, maar gelukkig waren er twee mede-SaS’ers die niet zeeziek waren en ons wilden helpen. Met elkaar begonnen we zo snel mogelijk aan de afwas, want hoe eerder deze klaar was, hoe eerder we naar bed konden. Het einde van de afwas was in zicht en er moesten alleen nog wat bakjes en een pan gedaan worden. Kotsmisselijk maakte ik een sopje in de pan waarna ik een sprintje trok naar de wc, die gelukkig vlak naast de keuken zit. Het was wel te merken; we zaten weer op zee.

Op naar Cuba!

Tinke