19-12-2018

Zodra we voet aan land zetten aan de andere kant van de Atlantische Oceaan(!) wilden velen er direct gaan wonen. Het zag er schitterend uit: begroeide hellingen, azuurblauw water, palmbomen en leuke gekleurde huisjes aan het strand. Al snel werden we echter omringd door fanatiek kwispelende en opspringende straathonden. De helft van de groep moest toen al hun zelfbeheersing aanspreken om ze niet juichend te omhelzen, de andere helft om niet gillend weg te rennen. Ik behoorde tot de laatste groep en verschool me krampachtig achter een mede-SaS’er. Toen we even later de geasfalteerde weg eindelijk hadden gevonden, met één van onze trouwe nieuwe ‘vrienden’ op de hielen, werden we bijna van onze sokken gereden door luid toeterende minibusjes die van links en rechts aan kwamen scheuren. We merkten al snel dat de leuke huisjes voor het overgrote deel kapot of zelfs compleet ingestort waren door de orkaan die vorig jaar het eiland heeft getroffen. De mensen die we spraken waren heel aardig en al was de chocolade misschien onbetaalbaar, de Caribische koekjes waren hun geld zeker waard. We liepen, kort gezegd, met gemengde gevoelens rond. Toen de steiger een paar uur later vanuit de bijboot weer kleiner werd en we de zonsondergang tegemoet gingen, zag het er achter ons steeds paradijselijker uit. We maakten al plannen over waar we de dag erna heen zouden gaan als we onze telefoons kregen en keken enorm uit naar de expedities van de komende dagen, als we het eiland verder zouden gaan verkennen. Wel blijven we toch maar met z’n allen op onze vertrouwde Thalassa wonen.

Marit