’s Ochtends kregen we van Pascal de laatste informatie over de volgende ‘SaS-PO’ (praktische opdracht). De opdracht ging over slavenhandel en het slavernijverleden. Deze informatie hadden we nodig om de PO te maken en om al wat kennis te hebben voordat we het museum bezochten.

Na de wat heftige briefing liepen we met een volgestampt hoofd naar Kura Hulanda, het grootste en bekendste museum van Curaçao. Het was maar vijf minuten lopen vanaf het schip. Daar werden we opgesplitst in twee groepen. Ik zat bij Iflien, een vrolijk vrouwtje dat ons goed wist rond te leiden. Het museum was verdeeld in drie segmenten: de persoonlijke collectie uit West-Afrika van de oprichter van het museum, een stuk over de (trans-Atlantische) slavenhandel en een stuk over het abolitionisme, de stroming tegen slavernij en discriminatie. Met een sterk Antilliaans-Nederlands accent vertelde Iflien ons veel over het verleden van Curaçao. Het ging er erg heftig aan toe.

“Hebben jullie vragen? Vraag gerust…” Dat was haar leuke stopzinnetje. Het museum(pje) bestond uit heel veel interessante spulletjes en nagebouwde ruimtes, zoals bijvoorbeeld het ruim van een slavenschip. Bij de oversteek van Afrika naar Amerika hadden de slaven te lijden. Eén derde van de “vracht” overleefde de reis niet. “Jullie zijn top, jullie mogen ieder moment weer terugkomen”, zei Iflien toen we afscheid namen. Echt een heel lief vrouwtje.

Meteen toen we terug waren op ons eigen schip, kregen we tijd om aan de PO Slavernijverleden te werken en kregen het zoveelste middendekje. Het ging over respect voor het schip en respect naar anderen. Dit hebben we met zijn allen goed uitgepraat en als het goed is -je weet het maar nooit met pubers- blijft het schip voor de rest van de reis goed opgeruimd…

Tot 18:00 uur hadden we school en we sloten de dag natuurlijk af met een heftig potje poker. Dankje Monopoliegeld!

Antoine