Dolfijnen, Portugese oorlogsschepen en vogels, zijn inmiddels vaste routine geworden. In tegenstelling tot hoe we in de eerste weken als geëlektrocuteerd opsprongen bij het horen van „DOLFIJNEN“ en buiten zinnen het dek oprenden, kijken we nu amper op van onze laptops als ze buiten weer eens te zien zijn. Het is inmiddels zelfs een overweging of we ons de ijzige kou in wagen voor een walvis, maar hiervoor zijn de meesten onder ons nog wel te paaien.

Zo was het ook vandaag tot onze blijdschap weer het geval dat we met z’n allen op het bovendek naar de grijze golven stonden te turen, zoekend naar een vin of een grijzige rug, nauwelijks te onderscheiden van de woelende golven. „Daar!! Daar!!“ „Waar?? Waar??“ Maar tegen de tijd dat ik boven stond, met camera en al, helemaal ready om het spektakel vast te leggen, waren ze al bijna weer weg. Eén teleurstellend kort zichtbare vin later, was er dan echt niks meer te zien, en raakte de groep enthousiastelingen al snel uitgekeken. We begaven ons weer naar binnen om school voort te zetten, totdat… „WALVIS? WALVIS!!“ Eenmaal boven waren ze toevallig net weer weg. En zo ging het door, nog minstens twee keer. Ik geloof het best hoor, dat ze er waren, maar ik kreeg toch bijna de neiging te zeggen „eerst zien, dan geloven“

Later, hoog in de mast, was er blijkbaar weer eentje te zien, maar drie keer raden wie hem niet gezien heeft…? precies. Verder was het heel leuk. Wel weer heel veel zee gezien uit de mast. Yes. 

Lilya